Op 1 maart 2015 is het project ‘Bijzondere Doelgroepen met een Schuldhulpvraag’ van start gegaan. Doel: een nieuwe werkwijze en methodiek ontwikkelen om te komen tot minder uitval tijdens een schuldhulpverleningstraject en een gedegen aanpak van de armoedeproblematiek. Door het project te koppelen aan de projecten van het stedelijk verbeterprogramma Schuldhulpverlening, is een vliegwieleffect ontstaan en de eerste resultaten zijn hoopgevend.
In onze nieuwsbrief delen we behaalde resultaten en hebben we aandacht voor het vervolg.
Voor de volledige evaluatie van het project, klik .

Onze collega’s Nienke Bleker en Kathleen Vijent vertellen u in dit nieuwsbericht over hun ervaringen.

 

Nienke Bleker“Het gevoel hebben gehoord te worden, kan wereld van verschil maken”

Nienke Bleker/Schulddienstverlener CentraM

In het souterrain van CentraM zit een groep mensen hun post te sorteren. “Dat is de eerste stap: ordenen”, zegt Nienke Bleker, schulddienstverlener bij CentraM. “Vaak komen cliënten met een grote plastic zak vol ongeopende brieven. Dan krijgen ze van ons een map, waar ze papieren met betrekking tot inkomensgegevens, vaste lasten en schulden systematisch in op kunnen bergen. Daardoor krijgen zij en wij overzicht van de situatie en kijken we vervolgens in het Budget Advies Gesprek (Bas-gesprek) wat de cliënt nodig heeft.” Het Bas-gesprek is voor veel cliënten het eerste één op één contact en alleen dat kan al helpen. “Dat mensen het gevoel hebben gehoord te worden, kan een wereld van verschil maken.”

 

Schuldhulptraject wel of niet geschikt

Een Bas-gesprek is bedoeld om in een vroeg stadium in te schatten of een schuldhulptraject (nu) wel het meest geschikt is voor een cliënt. Mensen met een relatief kleine schuldenlast, bijvoorbeeld, kunnen al geholpen zijn met het treffen van een paar eenvoudige regelingen. “Er was laatst een meneer met een relatief kleine schuld”, vertelt Nienke, “maar hij zat er zo mee in zijn maag, dat hij het veel groter maakte dan het eigenlijk was. Zo iemand hoeft het zware schuldhulptraject niet in, maar is al gebaat bij het sorteren van zijn papieren en een regeling met de woningbouwcorporatie.” Andersom komt ook voor. “Soms is de problematiek dusdanig zwaar dat schuldhulpverlening nog helemaal niet zinvol is”, legt Nienke uit. “Mensen met verslavingsproblematiek bijvoorbeeld, die daarbij ook nog eens geen inkomen of inschrijfadres hebben, maar wel schulden, dan is er veel tegelijkertijd aan de hand. In dergelijke gevallen moet er eerst gekeken worden naar wat iemand op dit moment nodig heeft, een dak boven zijn hoofd, een uitkering. Pas als de situatie stabiel is, is het zinvol een schuldsaneringstraject te starten.”

 

Samenwerking ketenpartners

De samenwerking met ketenpartners is voor Nienke essentieel. “Een goede onderlinge samenwerking maakt dat de cliënt beter geholpen kan worden.” Zo is er het project ‘Vroeg erop af’, waarbij gemeente, hulpverleningsinstanties en woningcorporaties samenwerken. “Als we van de woningbouwcorporatie horen dat iemand al twee maanden zijn huur niet heeft betaald, gaan we kijken wat er aan de hand is. Een vroege signalering kan veel problemen wegnemen.” Om diezelfde reden houdt Nienke budgetspreekuur bij Het Koffiehuis van den Volksbond en de Sociale Kruidenier. “Mensen komen voor een kop koffie of een voedselpakket en kunnen gelijk vragen stellen over het invullen van formulieren of een brief van de Belastingdienst. Ook hier is de problematiek die we zien vaak complex en brengen we in veel gevallen cliënten eerst in contact met andere instanties. En als ze wel in aanmerking komen voor een Bas-gesprek, verwijs ik ze door naar mezelf.” Binnenkort starten we met Bas-gesprekken bij de Regenboog.

 

kathleen vijent 3

“Soms zit het hoofd van een cliënt simpelweg te vol”

Kathleen Vijent/Maatschappelijk dienstverlener CentraM

 

Een keer per week gaat Kathleen Vijent naar de Voedselbank in Amsterdam. Niet om een voedselpakket op te halen, maar om als maatschappelijk dienstverlener van CentraM advies te geven. “In de voedselpakketten van de Voedselbank zitten allerlei noodzakelijke dingen en die zijn voor iedereen hetzelfde”, vertelt Kathleen. “Je kunt niet zeggen, deze week wil ik graag wat meer vlees of wat extra eieren.” Om het aanbod toch te kunnen variëren, is de Sociale Kruidenier gestart, een winkeltje waar mensen hun voedselpakketten kunnen aanvullen. Daarvoor worden tegoeden uitgedeeld. Een alleenstaande krijgt € 10,- per week, een gezin € 15,- . Je vindt er toiletpapier, schoonmaakmiddelen en potgroenten, de prijzen variëren van € 0,50 tot € 1,-. “Mensen krijgen op deze manier weer wat meer regie over hun leven”, legt Kathleen uit, “Ze zijn nu zelf verantwoordelijk voor hun uitgavenpatroon. Je hebt € 10,-, hoe ga je die besteden, wat heb je echt nodig?”

 

Grip op je Knip

Kathleen, haar collega’s en vrijwilligers houden bij de Sociale Kruidenier eens per week het inloopspreekuur ‘Grip op je Knip’. “Mensen komen naar de Sociale Kruidenier en nemen dan gelijk een kijkje bij Grip op je Knip. Wij bieden naast koffie en koekjes een luisterend oor, administratieve hulp en informatie over allerhande zaken. Daarnaast heeft het een signalerende functie. Als we van de gastvrouwen van de Voedselbank of de Sociale Kruidenier horen dat het met meneer Y wat minder gaat, kunnen we gelijk een gesprekje aanknopen. Al met al een heel goede manier voor ons om met mensen in contact te komen.”

 

Laagdrempeligheid

Het succes heeft Grip op je Knip te danken aan de laagdrempeligheid, denkt Kathleen. “Schuldhulpverlening of instanties hebben veelal het imago dat ze gelijk alles willen weten, boetes opleggen en lastig doen. Bij ons is dat allemaal niet het geval, de mensen komen voor een kopje koffie, we maken een praatje, zij kunnen eerst hun verhaal doen en indien wenselijk geven wij ze informatie of verwijzen ze ‘warm’ door naar een CentraM-collega of naar instanties waar ze hulp kunnen krijgen. In plaats van een warme doorverwijzing kan er tijdens het inloopspreekuur ter plekke een budgetadviesgesprek plaatsvinden. Wij zien mensen die soms helemaal klem zitten, financiële problemen of geen woning hebben of te maken hebben met dreigende uitzetting. Vaak komen daar problemen in de relatiesfeer bij of is er sprake van verslavingsproblematiek.”

 

Neem bijvoorbeeld een marktkoopman die opgelicht werd door vrienden. Door ontstane schulden werd er beslag gelegd op zijn auto en kraam. “Toen wij hem zagen, had hij al dagen niet gegeten of geslapen. Zo iemand begeleid je eerst naar een collega voor een slaapplek, eten en een daklozenuitkering. Pas als de basale dingen op orde zijn, kan je aan schuldhulpverlening beginnen, eerder zit dat hoofd vaak simpelweg te vol.” En het werkt. Hoewel Grip op je Knip net gestart is en er nog geen cijfers bekend zijn, weet Kathleen dat ze succesvol zijn. “We zien dat mensen terugkomen met vragen en dat zegt veel.”